
Oorlog tegen Iran, seizoen 1: Trump 0 - Iran 1
- Ralf Van den Haute
- 29/05/2026
- Geopolitiek
De Amerikaanse president Donald Trump – beter thuis op de golfbaan dan in de Golf van Perzië – presenteerde de oorlog tegen Iran als een korte uitstap. Hij wilde snel resultaat: de val van het regime en de vernietiging van zijn militaire capaciteiten. Vier weken later is daar niets van terechtgekomen.
Iran heeft het initiatief overgenomen. Het controleert de Straat van Hormuz, dreigt via zijn bondgenoten andere strategische doorgangen te sluiten en heeft de energieprijzen de hoogte ingejaagd. Europa, afgesneden van Russische koolwaterstoffen, voelt de gevolgen onmiddellijk. Tegelijk profiteert Rusland van de situatie.
Hoewel zwaar getroffen door bombardementen, heeft Iran niet gecapituleerd. Integendeel: het conflict escaleert. De Verenigde Staten, die rekenden op een bliksemsnelle overwinning, zitten vast in een oorlog zonder duidelijk doel of exit-strategie. De balans van operatie “Epic Fury” is ronduit rampzalig.
De rechtvaardiging voor de oorlog blijft vaag. De nucleaire dreiging blijkt volgens verschillende bronnen niet acuut. Toch stortte Trump zich, onder druk van Israël, in een conflict waarvoor op dat moment geen dringende aanleiding bestond. Zelfs binnen de Amerikaanse veiligheidsstructuren klonk kritiek dat Iran geen onmiddellijke bedreiging vormde.
De grootste fout was een onderschatting van Iran zelf. Dit is geen zwakke staat, maar een land van 90 miljoen inwoners met een lange geschiedenis, een sterke nationale identiteit en aanzienlijke economische en militaire middelen. Iran voert deze oorlog als een existentiële strijd – iets wat Washington niet lijkt te begrijpen.
Daarom weigert het te capituleren. De Iraanse strategie is asymmetrisch: niet de directe confrontatie met de Amerikaanse macht, maar het treffen van kwetsbare economische en energetische doelwitten. De controle over strategische doorgangen en aanvallen op energie-infrastructuur blijken bijzonder effectief.
De Golfstaten, afhankelijk van Amerikaanse bescherming, worden mee in het conflict gezogen. Hun economische model komt onder druk te staan, terwijl hun vertrouwen in Washington als veiligheidsgarant afneemt.
Intussen vervaagt ook het internationaal recht. Gerichte liquidaties van leiders van een soevereine staat, zonder oorlogsverklaring en zonder parlementaire goedkeuring, vormen een precedent. De oorlog lijkt zich te onttrekken aan de klassieke regels die haar ooit inperkten.
Militair toont het conflict opnieuw de grenzen van technologische superioriteit. Dure wapensystemen worden ingezet tegen goedkope drones; kosten lopen op, voorraden slinken. De Verenigde Staten beschikken over tactiek, maar missen strategie – vooral een visie op wat na de oorlog moet komen.
Geopolitiek opent de oorlog de deur naar een verdere multipolarisering. Ze versterkt de vorming van een antiwesters blok rond Rusland en China en vergroot de kans op regionale escalatie. Bovendien lopen de doelstellingen van Washington en Tel Aviv uiteen: waar Trump mogelijk nog een akkoord wil, lijkt Israël vastbesloten de oorlog voort te zetten.
Wat resteert, is een conflict zonder duidelijk einde, met groeiende risico’s voor de hele regio. De stabiliteit in het Midden-Oosten is verder weg dan ooit.