Nieuwsberichten

En wat als de toekomst nu eens Brits is? AngloFuturism!

En wat als de toekomst nu eens Brits is? AngloFuturism!

  • Bernard Lindekens
  • 01/12/2025

Stel je voor: Londen in het jaar 2200. Gotische kathedralen rijzen op naast zwevende wolkenkrabbers, een AI-koningin opent het parlement en alle wereldbewoners spreken Engels via een ingebouwde taalchip. Klinkt als sciencefiction? Dat is precies waar Anglo-futurisme over gaat.

Het begon allemaal, zoals alle goede revoluties doen, met een kerel die zat te schrijven in een versleten leunstoel. De Brits-Griekse gewezen oorlogsverslaggever Aris Roussinos kwam in 2022, schrijvend voor UnHerd, met het schitterende idee dat Groot-Brittannië, in plaats van somber de zonsondergang tegemoet te sloffen, verdomd goed een toekomst zou kunnen bouwen waar je op kunt proosten met een fijn glas whisky (1).

Zoals hij in zijn baanbrekend essay stelde: “Dit is geen reactionaire visie, want er is geen weg terug: het Groot-Brittannië van de jaren vijftig is voorgoed verdwenen, net als dat van de jaren negentig en de jaren 2010. Toch is alles wat nog komen gaat, gevormd door wat eraan voorafging. Door onze toekomstvisie te verankeren in het beste uit ons verleden en in de unieke natuurlijke en culturele kwaliteiten van Groot-Brittannië, kunnen we misschien sterker, gelukkiger en gezonder uit deze crisis komen dan ooit tevoren. Daarvoor is een volledige, op oorlogssterkte gebaseerde verschuiving van de Westminster-denkwijze nodig, aangejaagd door publieke druk — want uiteindelijk zijn het de huidige politieke prikkels die ons op dit punt hebben gebracht. Net zoals de bezuinigingen van de jaren 2010 de verzwakte staat van de jaren 2020 hebben voortgebracht, belooft Truss’ wanhopige, cargo-cult-achtige Thatcherisme alleen een diepere, snellere en hardere ineenstorting: het is de voorgestelde remedie die ons al ziek maakt. We moeten streven naar een pragmatisch noodprogramma om de staatscapaciteit opnieuw op te bouwen, als kwestie van nationaal overleven. Zelfs nu we een decennialange periode van bijna-instorting ingaan, is het tijd om neergang af te wijzen en een betere toekomst te omarmen: het is tijd voor Anglo-futurisme.”

Hemeltje lief, wat een avontuur! Maar in tegenstelling tot het gebruikelijke gezwets uit de kwaliteitskranten was dit geen vage praat. Oh nee. Dit was het zaadje van iets verfrissends. Anglo-futurisme zegt immers: kop omhoog, gereedschap erbij, en laten we de Melkweg eens laten zien hoe de Britten de zaken écht aanpakken. Vanaf die eerste pennenvruchten in UnHerd deed het idee razendsnel de ronde, als dampende thee in een koud Brits huishouden. De niet-partijgebonden conservatieve website The Mallard mengde zich in het debat en verklaarde dat Anglo-futurisme een “mentaal model” is voor dames en heren die meer dan genoeg hebben van culturele aftakeling. CapX volgde al snel en noemde het “de sleutel tot het keren van onze neergang” — en wie kan daar nou tegenin gaan?
 
Niet lang daarna verscheen de Substack, vakkundig samengesteld door het voortreffelijke duo Tom Ough en Calum Drysdale. Vervolgens kwam er een podcast, barstensvol essays, verslagen en enthousiaste gesprekken over deugd, architectuur en andere hoogst belangrijke zaken.
En wat denk je! De politieke klasse begon op te letten. In januari 2025 riep UnHerd opnieuw een luid “Hoera!” voor de beweging die nu de mainstream haalde en vroeg zich af of deze Groot-Brittannië zou kunnen bevrijden uit zijn moeras van somberheid. In juni barstte ConservativeHome zowat in gezang uit en speculeerde of Anglo-futurisme misschien wel het geheime tonicum is dat de Conservatives al die tijd hebben gemist. En toen sprong Conservatief kopstuk Robert Jenrick naar voren en verklaarde trots dat hij een Anglo-futurist is. Woef!

Nu, het is geen officiële beweging zoals afrofuturisme, maar eerder een verzamelnaam voor ideeën, kunst en verhalen die spelen met de invloed van de Engelstalige wereld op onze toekomst. Engels is vandaag al de dominante wereldtaal — van internationale diplomatie tot popmuziek en technologie. Anglo-futurisme trekt die invloed door naar de toekomst en onderzoekt wat er gebeurt als die dominantie nóg groter wordt… of juist barst.

In een debat, georganiseerd door UnHerd, stelde Tom Ough: “Het punt van Anglo-futurisme is dat het expliciet een kritiek is op de moderne Britse staat, op de huidige vorm van die staat. Groot-Brittannië is een tegenvoorbeeld van een land dat ooit het welvarendste ter wereld was. Nu hebben we de duurste energie, veel straatcriminaliteit, we kunnen geen spoorlijn bouwen, geen energiecentrale. Het is al 32 jaar geleden dat we nog een stuwmeer hebben aangelegd. Dit is een land dat dringend een visie nodig heeft. We hebben het in vergelijking echt zwaar gekregen. Ik denk dat dat deels de reden is waarom deze beweging — of wat het ook precies is — is ontstaan.”

De look & feel van een Engelstalige toekomst

In Anglofuturistische werelden zie je vaak een mix van traditioneel Brits en ultramodern futuristisch. Denk aan Victoriaanse architectuur op Mars, Britse schooluniformen gecombineerd met cyberpunkmode, een digitale monarchie die geregeerd wordt door algoritmes en Londen als intergalactisch centrum, waar de Big Ben als ruimtestation boven de aarde zweeft.

Het resultaat is vaak een intrigerende, soms absurdistische stijl die doet denken aan Black Mirror, Doctor Who of alternatieve geschiedenisromans waarin het Britse Rijk nooit ten onder ging.

Achter die beelden schuilt ook een kritische laag. Anglo-futurisme stelt vragen over macht, identiteit en taal. Sommige kunstenaars gebruiken Anglo-futurisme om de hegemonie van de Engelstalige wereld uit te dagen. Anderen zien het als een manier om bestaande trends — zoals de dominantie van Engels online — door te trekken en zichtbaar te maken.

Waar zie je het terug?

Hoewel je het woord “Anglo-futurisme” zelden letterlijk in de media hoort, duikt het thema overal op; naast de reeds aangehaalde briljante serie Black Mirror die hedendaagse Britse technologie doortrekt naar dystopische scenario’s, vind je ook sporen in de literatuur.

Ian McEwans roman Machines Like Me (2019) is een duidelijk voorbeeld van Anglo-futurisme, omdat het een toekomstbeeld schetst vanuit een specifiek Brits historisch en cultureel perspectief. Het verhaal speelt zich af in een alternatief Londen in de jaren ’80, waarin de geschiedenis een andere wending heeft genomen: Groot-Brittannië heeft de Falklandoorlog verloren en de wiskundige, computerpionier en informaticus Alan Turing leeft nog. Dankzij deze alternatieve geschiedenis beschikt Engeland over zeer geavanceerde AI-technologie, waaronder de androïde Adam.

In plaats van een neutrale, mondiale toekomst te tonen, situeert McEwan technologische vooruitgang binnen een Britse context: Londense buurten, klassenverschillen en morele normen vormen het decor waarin de morele botsing tussen mens en machine plaatsvindt. Adam fungeert als morele spiegel voor de Engelse samenleving — zijn rationele en strikte ethiek staat tegenover menselijke hypocrisie, sociale conventies en juridische complexiteit.

Daarnaast benadrukt de roman de rol van de Engelse taal en cultuur als drager van de toekomst. Technologie, moraal en identiteit blijven onlosmakelijk verbonden met Engelse waarden. Dit sluit naadloos aan bij Anglofuturistische thema’s, waarin de toekomst niet universeel wordt voorgesteld, maar als een verlengstuk van Engelse culturele hegemonie.

Kortom, Machines Like Me gebruikt alternatieve geschiedenis en futuristische technologie om de toekomst door een Engelse lens te verbeelden. Het is daarmee een literair voorbeeld van hoe Anglo-futurisme historische identiteit en technologische verbeelding verweeft.

Naast literatuur vind je ook sporen van Anglo-futurisme terug in de mode, waar traditionele Britse uniformen vermengd worden met hightech materialen en futuristische vormen of kunstprojecten waarin Londen wordt herverdeeld als een technologisch wereldcentrum.

Toekomstvisie of toekomstwaarschuwing?

Anglo-futurisme is zowel een speeltuin voor verbeelding als een spiegel voor de wereld. Het laat zien hoe diep Engels geworteld zit in onze ideeën over vooruitgang — en nodigt uit om die vanzelfsprekendheid te bevragen. Of zoals Aris Roussinos het recent in UnHerd stelde: “Het is juist de drang om wereldwijd toonaangevend te blijven die Groot-Brittannië in verval heeft gebracht; paradoxaal genoeg kan het land alleen door zich naar binnen te keren opnieuw een grote mogendheid worden.” (2)

Top